Hoe optimistisch mogen we zijn wat betreft de landelijke invoering van het
waarneemdossier huisartsen (WDH) en het elektronisch medicatiedossier (EMD)? Dat
was naar mijn mening de belangrijkste vraag tijdens het algemeen overleg
(AO) van de vaste Kamercommissie VWS over ict in de zorg vorige
week.
Als je minister Klink beluisterde tijdens het
AO, dan kreeg je de indruk dat er nu echt
schot in de zaak komt. De Wet gebruik burgerservicenummer in de zorg (Wbsn-z) is
eindelijk door de Eerste Kamer. Verder kan de Tweede Kamer de komende weken een
reeks van rapporten verwachten: evaluatierapporten met betrekking tot de pilots
met het WDH en EMD, een stappenplan en een studie over
de aansprakelijkheid en het EPD. En dan nog het klapstuk: het wetsvoorstel
op het EPD dat nog deze maand naar de Kamer gestuurd zal worden, beloofde Klink.
Toch bleven de Kamerleden, en natuurlijk met name die van de oppositie,
sceptisch. Daarbij maakten ze dankbaar gebruik van een
brief van de Stuurgroep WDH regio Twente, hen waarschijnlijk
toegespeeld door de artsenorganisaties, waarin een inkijkje wordt gegeven op de
weerbarstige werkelijkheid van de pilot met het WDH.
Gedonder met UZI-passen, kwetsbare communicatieketens, het ontbreken van
regie in de keten, onduidelijkheid over mandatering, verschillen in de manier
van registreren door huisartsen, enzovoorts, enzovoorts.
En wat het met name spannend maakt, is dat slechts een handvol
huisartsenpraktijken ervaring heeft opgedaan met het WDH. Dezelfde aantallen
gelden voor de EMD-pilots. Op basis van de evaluatie van een
tiental pilots gaat Klink beslissen voor ‘go or not go’ van de landelijke
uitrol van het WDH en EMD. Het lijkt me een griezelig smalle basis.
De Stuurgroep WDH regio Twente pleit er in haar brief dan ook terecht voor
om snel pilots in andere regio’s te starten, met andere huisartsen die andere
software gebruiken. De basis moet snel verbreed
worden.
Door: Mario Gibbels
Reageer op deze bijdrage