Telegeneeskunde
De dokter als belangrijkste informatiebron
30 MEI 2007
Patiënten willen het liefst informatie over hun ziekte vinden op de website
van hun specialist of ziekenhuis. Het wordt daarom tijd dat zorgverleners
internet een plek gaan geven in de communicatie met hun
patiënten.
De toename van het internetgebruik en de interesse in
medische websites onder patiënten, is een ontwikkeling die gevolgen kan hebben
voor de relatie patiënt-hulpverlener. Het Integraal Kankercentrum Zuid te
Eindhoven heeft daarom onderzoek laten doen naar het gebruik van internet door
mensen die tussen 2002 en 2004 de diagnose kanker hebben gekregen in een van de
Brabantse ziekenhuizen.
Functionaliteiten
Het internetgebruik door patiënten is ingedeeld naar
vijf functionaliteiten: informatie, communicatie, community, ehealth en
e-commerce. In totaal hebben 349 patiënten van zes Brabantse
ziekenhuisafdelingen, een vragenlijst ontvangen. De overall respons op de
vragenlijst was 75 procent. Van de respondenten was 35 procent man en 65
procent vrouw en gebruikte 59 procent zelf internet en 9 procent via een
ander. Wanneer er evenveel mannen als vrouwen benaderd waren, zou 64 procent
internet gebruiken, wat overeenkomt met het internetgebruik in
Nederland.
Welke informatiebronnen gebruiken kankerpatiënten? De specialist
is voor 91 procent van de patiënten de belangrijkste informatiebron als het om
hun ziekte gaat. Respondenten geven er dan ook de voorkeur aan om de informatie
op de website van de specialist of het ziekenhuis te vinden. Internet komt met
43 procent op de zevende plaats, na andere hulpverleners en mensen uit de eigen
sociale omgeving. Uit onderzoek van de Raad voor Volksgezondheid & Zorg
(RVZ) blijkt dat 43 procent van de Nederlandse bevolking internet belangrijk
vindt als informatiebron, maar internet staat in dat onderzoek op de tweede
plaats, vóór familie en vrienden.
Goede arts
Als kankerpatiënten internet gebruiken,
zoeken zij met name informatie met behulp van een zoekmachine over hun eigen
ziekte, de behandeling van de kanker en wat de gevolgen van de behandeling zijn.
Zij zoeken het meest frequent, een aantal keren per week, in de periode dat zij
de diagnose gehoord hebben, wachten op de behandeling en tijdens de behandeling.
Informatie over waar een goede arts te vinden is en wat het beste ziekenhuis is,
lijkt zeer relevant. Echter slechts 12 procent van de respondenten zegt daaraan
behoefte te hebben. In het onderzoek van de RVZ zegt 69 procent van de
Nederlanders behoefte te hebben aan dergelijke informatie.
Zijn deze verschillen te verklaren? In ieder geval niet op basis van dit
onderzoek. Wel kunnen een aantal mogelijke verklaringen gegeven worden, zoals de
relatief hoge leeftijd van kankerpatiënten of de relatief hoge tevredenheid, een
7,8, van de respondenten over de zorg. Een andere verklaring is dat
gezonde mensen mogelijk niet goed weten hoe ze zullen reageren als ze kanker
hebben.
Betrouwbaar
Betrouwbare aanbieders van informatie via internet zijn volgens
respondenten de artsen, ziekenhuizen, KWF Kankerbestrijding en IKZ. De meeste
sites van artsen en ziekenhuizen bevatten echter geen informatie over kanker en
de behandeling daarvan. Dus wijken respondenten uit naar andere aanbieders,
zoals de farmaceutische industrie, ook al ziet men die als een minder
betrouwbare bron. Bovendien lijkt het erop dat patiënten niet altijd weten dat
ze op een site van de farmaceutische industrie zitten.
Kankerpatiënten communiceren zowel met hun naasten als met hulpverleners
via internet, maar er zijn grote verschillen in de mate waarin. Met naasten
heeft men relatief vaak e-mail-contact in vergelijking tot de specialist en de huisarts. De wens om
te kunnen communiceren met artsen is echter veel groter. E-mail-contact met
lotgenoten is voor 14 procent van de patiënten belangrijk en 11 procent zou het
willen, maar voor hen is het niet mogelijk.
De community-functie krijgt vorm
door contacten met lotgenoten via MSN en chatsites. Voor slechts 6 procent van
de respondenten is dat belangrijk. E-commerce en e-health zijn, zeker in relatie
tot kanker, weinig tot niet ontwikkeld in Nederland. Er zijn weinig applicaties
die gebruikt of geraadpleegd kunnen worden, zodat in dit onderzoek niet gevraagd
is naar daadwerkelijk gebruik, alleen naar wensen op dit terrein.
Internetgebruik
In het onderzoek is ook gevraagd naar de effecten van internetgebruik.
Bijna driekwart van de respondenten voelde zich beter geïnformeerd over de
ziekte na het raadplegen van informatie op internet, terwijl het bij een
relatief kleine groep, 15 procent, nieuwe vragen opriep. Voor de grootste groep
patiënten, 83 procent, is internetgebruik niet van invloed op het aantal
bezoeken aan de arts. Slechts 5 procent bespreekt de informatie áltijd met zijn
hulpverlener en 13 procent meestal.
Invloed
Twintig procent heeft de indruk dat de gevonden informatie van invloed is
geweest op de keuze van therapie door de arts. De RVZ heeft aan specialisten en
huisartsen gevraagd of het bespreken van internetinformatie van invloed is
geweest op de therapiekeuze. Bijna tweederde van de artsen zei dat het zeker of
in enige mate van invloed is geweest, waarbij het percentage bij de huisartsen
hoger was dan bij de specialisten. Het verschil tussen de indruk van patiënten
in dit onderzoek en het gedrag van artsen volgens een ander onderzoek zou
verklaard kunnen worden doordat artsen misschien hun behandelbeleid wel
aangepast hebben, maar dat dit niet zichtbaar was voor de patiënt. Andere
mogelijke verklaring dat de behandelend specialist bij kanker een specialist
onder de specialisten is, die vaak ondersteund wordt door gestandaardiseerde
richtlijnen, waardoor hij minder beïnvloed wordt door informatie aangedragen
door de patiënt.
De wensen van kankerpatiënten als het gaat om betrouwbare
informatiebronnen, wijzen duidelijk een bepaalde richting op. De respondenten
willen de informatie het liefst van de specialist en zouden die willen vinden op
de website van de hulpverlener en het ziekenhuis.
Explosief
Aangezien het aantal pagina’s met informatie
over kanker explosief toeneemt, in Nederland een verviervoudiging in acht
maanden naar 2.410.000 pagina’s, is het belangrijk dat zorgverleners internet een plek gaan
geven in de communicatie met patiënten en informatie via hun site
gaan aanbieden. Voor zorgaanbieders is het belangrijk dat zij zich
voorbereiden op digitale dienstverlening aan patiënten, door internet als
communicatiemiddel actief te gaan gebruiken. Het begint met het toegankelijk maken van
de informatie over kanker en de behandeling daarvan op de website van het
ziekenhuis. De volgende stap is om logistieke handelingen – zoals
afspraken maken, onderzoeksuitslagen raadplegen, klachten indienen - te digitaliseren en om
het medisch dossier via internet toegankelijk te maken. (ICTzorg)
Mies Eenbergen is sectorhoofd communicatie & informatisering bij het
IKZ. Zij heeft dit onderzoek verricht in het kader van een afstudeerscriptie aan
de Universiteit van Tilburg.
Dit artikel verscheen eerder in ICTzorg magazine
1/2007



