Telegeneeskunde
‘Telezorg is prachtig, maar niet voor mij’
16 MEI 2008
Telezorg had hét antwoord op de vergrijzing moeten zijn. Maar na jaren van
voorbereidingen en miljoenen aan investeringen, blijven de resultaten ver achter
bij de verwachtingen. Het Telematica Instituut en Zorgcentrum De Posten
onderzochten of de senioren wel behoefte hebben aan
telezorg.
Een voorlichtingsfilm over de mogelijkheden van telezorg laat zien hoe een
oudere man probeert zijn bloeddruk te meten. Hij zit in zijn stoel voor de
televisie en krijgt hulp van een zorgverleenster op afstand. Deze medewerkster
assisteert de man met behulp van een beeld- en spraakverbinding. De man is
enthousiast. “Zo’n lachje van zo’n verpleegster is vaak meer waard dan een
pilletje,” zegt hij.
Schril contrast
Deze beelden uit de voorlichtingsfilm staan in schril
contrast met de behoeften die de senioren zelf uiten in diepte-interviews in een
kleinschalig onderzoek van het Telematica Instituut dat gehouden werd onder de
potentiële doelgroep bij Zorgcentrum De Posten in Enschede.
Open vragen
In
groepsinterviews en in interviews bij senioren thuis werd gesproken over hun
wensen en behoeften. Deze interviews met in totaal 12 senioren (63 – 88 jaar)
begonnen met brede open vragen over behoeften, en spitsten zich daarna langzaam
toe op concrete vragen over zorgbehoeften en sociaal contact. Tot slot werd ook
een reactie gevraagd van mensen op de hierboven beschreven voorlichtingsfilm
over telezorg.
Personenalarmering ruim voldoende
Eén van de geïnterviewden is mevrouw Baltink, een
alleenstaande, gastvrije dame van 88 jaar. Ze biedt de onderzoekers koffie en
een koekje aan en laat in het daaropvolgende gesprek duidelijk weten dat ze geen
enkele zorgbehoefte heeft waarin nog niet is voorzien. De personenalarmering
waarvan ze nu met grote terughoudendheid gebruik maakt, is meer dan voldoende.
Bovendien wil ze niet voortdurend geconfronteerd worden met de beperkingen van
haar leeftijd en haar gezondheid. Ze woont in een hechte dorpskern waar buren
nog steeds voor elkaar klaar staan, en twee van haar kinderen wonen in de buurt.
“En als er écht wat aan de hand is, dan moet de dokter gewoon
langskomen.”
Mevrouw Baltink kijkt beleefd naar de voorlichtingsfilm over de
mogelijkheden van telezorg, maar haalt na afloop haar schouders op. “Prachtig,
hoor,” zegt ze, “maar niets voor mij. Wilt u nog een kopje koffie?” En ze
verdwijnt naar de keuken. Telezorg is aan mevrouw Baltink niet besteed. Het lost
voor haar niets op waar ze last van heeft en het voegt niets toe aan wat ze al
heeft.
Bridge of biljart
De reactie van mevrouw Baltink vormt geen uitzondering in het onderzoek.
Ook de andere geïnterviewden lieten blijken geen behoefte te hebben aan
telezorg. Zelfs niet als ze een grote zorgbehoefte hebben, zoals een ouder
echtpaar. Zij (80 jaar) is zorgbehoevend en niet in staat om zelf te lopen,
hij (85 jaar) is slechthorend maar verder nog vitaal. Ze ontvangen dagelijks
hulp van de thuiszorg, en daarnaast wekelijks fysiotherapie en ondersteunende
begeleiding zodat meneer naar bridge of biljart kan. De huidige zorg is goed
geregeld en ze hebben geen behoefte aan meer of andere zorg. Ook telezorg zien
ze geen heil in: je kunt toch niet op afstand iemand uit bed halen en wassen en
aankleden?
Lauwe reactie
De film over telezorg leidt dus ook hier aanvankelijk tot een lauwe
reactie. Heel anders wordt het wanneer de mogelijkheden voor sociaal contact ter
sprake komen. De beeld- en spraakverbinding zou voor hen een uitkomst zijn om
contact te houden met hun dochter die in Zwitserland woont. In het verleden
hebben ze op die manier al eens contact gehad met hun dochter. “Het was een
mooie ervaring en we bewaren er goede herinneringen aan.” Ze zouden het liefst
vandaag nog zo’n beeldverbinding met hun dochter geregeld willen hebben. En dan
graag in de woonkamer op de tv want mevrouw kan niet goed in de studeerkamer
komen waar de computer staat.
Sociaal contact
Dus het is niet de beeldverbinding waar mensen voor terugdeinzen, maar puur de zorgtoepassing ervan? Sociaal contact op afstand is wel gewenst? Voor dit echtpaar geldt dit zeker. En ook de groepsinterviews van het onderzoek geven hetzelfde resultaat.
Dus het is niet de beeldverbinding waar mensen voor terugdeinzen, maar puur de zorgtoepassing ervan? Sociaal contact op afstand is wel gewenst? Voor dit echtpaar geldt dit zeker. En ook de groepsinterviews van het onderzoek geven hetzelfde resultaat.
Eén van deze groepsinterviews is met enkele vitale senioren die met elkaar
gemeen hebben dat ze enthousiaste computergebruikers zijn: sommigen e-mailen met
hun kinderen en anderen chatten met hun kleinkinderen. Ook hier is weinig
enthousiasme over de mogelijkheden voor zorg-op-afstand.
Skype
“Telezorg is prachtig, maar niet voor mij,”
is een uitspraak die alle aanwezigen beamen. Maar de negatieve sfeer slaat om
als één van de senioren begint over Skype. Ze polst voorzichtig of de
onderzoekers dat misschien kennen en die leggen vervolgens aan de groep uit wat
het is: beeldtelefonie over het internet, met behulp van de computer en een
webcam. Het enthousiasme van de groep groeit. Het is gratis? Ook voor de persoon
aan de andere kant? En die hoeft er niet een speciaal kastje voor te kopen? Dus
ook in het buitenland werkt het? Verschillende aanwezigen hebben kinderen die
ver weg wonen, in de Randstad of in het buitenland. Hier zouden ze graag via
zo’n beeldverbinding mee willen praten.
Enthousiast
Om verdere mogelijkheden en randvoorwaarden voor gebruik te inventariseren
volgt enkele weken na het groepsinterview een speciale Skype-sessie. In het
buurtcentrum waar ook de computerles voor senioren plaatsvindt, krijgen de
senioren een korte demonstratie van Skype. De groep is enthousiast. Na afloop
blijven de webcams achter zodat de groep er later nog eens mee kan
experimenteren. In de erop volgende weken blijkt dat dit regelmatig
gebeurt.
Bedieningsgemak
Samenvattend blijkt uit het onderzoek dat geen van de geïnterviewde personen behoefte heeft aan vormen van zorg-op-afstand. Mensen weten zichzelf te redden, ze hebben buren of familie op wie ze kunnen terugvallen, of ze hebben een zorgbehoefte waarop telezorg geen antwoord kan bieden. Daarentegen blijken opvallend veel van de geïnterviewde senioren kinderen of kleinkinderen te hebben die ver weg wonen. Er bestaat een sterke behoefte aan contact, en beeldcommunicatie heeft hiervoor een toegevoegde waarde. De senioren met computerervaring zijn enthousiast over Skype, maar deze oplossing is te complex voor de, meestal relatief oudere, senioren zonder computerervaring. Het telezorgsysteem, dat gebruik maakt van een televisie, een camera, en een kastje dat de verbinding met het internet verzorgt, lijkt door zijn veel grotere bedieningsgemak voor deze laatste groep een uitstekend alternatief.
Samenvattend blijkt uit het onderzoek dat geen van de geïnterviewde personen behoefte heeft aan vormen van zorg-op-afstand. Mensen weten zichzelf te redden, ze hebben buren of familie op wie ze kunnen terugvallen, of ze hebben een zorgbehoefte waarop telezorg geen antwoord kan bieden. Daarentegen blijken opvallend veel van de geïnterviewde senioren kinderen of kleinkinderen te hebben die ver weg wonen. Er bestaat een sterke behoefte aan contact, en beeldcommunicatie heeft hiervoor een toegevoegde waarde. De senioren met computerervaring zijn enthousiast over Skype, maar deze oplossing is te complex voor de, meestal relatief oudere, senioren zonder computerervaring. Het telezorgsysteem, dat gebruik maakt van een televisie, een camera, en een kastje dat de verbinding met het internet verzorgt, lijkt door zijn veel grotere bedieningsgemak voor deze laatste groep een uitstekend alternatief.
Overspannen verwachtingen
Deze onderzoeksresultaten maken duidelijk dat de overspannen
verwachtingen die zorginstellingen en politiek van telezorg hebben niet op korte
termijn waargemaakt zullen worden. Maar hoe kunnen de eenmaal gemaakte
investeringen op de langere termijn wel leiden tot succesvol gebruik?
Beeldcontact
De hierboven beschreven onderzoeksresultaten geven een aanknopingspunt:
wellicht dat tele(zorg)diensten die sociaal contact als uitgangspunt kiezen een
uitweg kunnen bieden. Het faciliteren van sociaal contact is een duidelijke
behoefte en het voorzien in die behoefte zou een doel op zich kunnen zijn. Maar
het kan ook dienen als een opstap naar telezorg. Immers: senioren die gewend
zijn om regelmatig beeldcontact op afstand te hebben met familie of vrienden,
maken waarschijnlijk eerder gebruik van telezorg. Op die manier blijft er dus
nog wel een toekomst voor telezorg in het verschiet liggen.
Auteursinformatie: Marike Hettinga en Ruud Janssen zijn onderzoekers bij
het Telematica Instituut en hebben, samen met Jan Gerrit Schuurman van het
Telematica Instituut en Landy Hofte van Zorgcentrum De Posten, het onderzoek
naar de behoefte aan telezorg bij senioren verricht.
De namen van de geïnterviewde senioren zijn
gefingeerd.



