Domotica
Onzekerheid over toekomstige financiering van domotica
16 MEI 2008
De beleidsregel Zorginfrastructuur van de NZA heeft een substantiële
bijdrage geleverd aan het bevorderen van domotica. Onzekerheid over de
toekomstige wijze van financiering maakt zorgaanbieders echter terughoudend bij
ontwikkelen van nieuwe domoticatoepassingen.
In de afgelopen tien jaar heeft het scheiden van wonen en zorg een enorme
ontwikkeling meegemaakt. In relatie tot het intramurale zorgaanbod is de
kwantiteit van het aanbod van scheiden van wonen en zorg nog beperkt, maar er is
in Nederland bijna geen instelling in de care sector meer te vinden die bij de
planning van zijn vastgoed geen rekening houdt met deze ontwikkeling.
Integraal
Bijna
parallel aan dit proces loopt de ontwikkeling en toepassing van de domotica in
de zorg. Bewust wordt hier geschreven over twee te onderscheiden ontwikkelingen.
De ontwikkelingen kunnen niet zonder elkaar maar lijken in de praktijk nog
als gescheiden trajecten te worden behandeld. Terwijl een integrale benadering
waarbij wordt afgevraagd wat is de betekenis van domotica voor het
ontwerpen van de huisvesting en omgekeerd veel logischer zou zijn.
Het belang
van domotica voor de zorg is al lang geen punt van discussie meer. Dit blijkt
ondermeer uit de beleidsagenda 2008 van het ministerie van VWS. Hierin wordt
vermeld: “Ict kan, veel meer dan nu het geval is, bijdragen aan het verbeteren
van de zorg en aan het verminderen van de werkdruk in de zorg. Zo kunnen diverse
technologische toepassingen (domotica) er aan bijdragen dat mensen langer thuis
kunnen wonen en dat tegelijkertijd arbeid wordt bespaard”.
Ross
Sinds 1 januari
2006 worden domoticatoepassingen, ook wel aangeduid als technologische
voorzieningen, bekostigd op basis van de Beleidsregel Zorginfrastructuur van de
Nederlandse zorgautoriteit (NZA). Op verzoek van de toenmalige staatsecretaris
Ross van VWS biedt deze beleidsregel zoveel mogelijk vrijheid aan instellingen
om door middel van vernuftige toepassing van domotica het scheiden van wonen en
zorg te bevorderen. Om in aanmerking te komen voor bekostiging dient de
gezamenlijke aanvraag van zorgaanbieder en zorgkantoor bij de NZA te worden
vergezeld van een advies van het College bouw zorginstellingen (Bouwcollege).
In de aanvraag moet worden verduidelijkt hoe het project bijdraagt aan een
verschuiving van zorg in een verblijfsinstelling naar zorg thuis. Tevens
verduidelijkt de aanvraag of het arrangement van ‘zorg thuis met infrastructuur’
een passend en doelmatig alternatief is voor zorg die ook in een
verblijfsinstelling had kunnen worden geleverd.
Afbakening
Alhoewel in het kader van de beleidsregel Zorginfrastructuur veel vrijheid is gecreëerd om nieuwe ontwikkelingen te bevorderen, is per 1 juli 2006 toch een lijst gepubliceerd die de technologische voorzieningen nader definieert. Dit was nodig om tot een goede afbakening van financiering door de AWBZ, Zorgverzekeringswet, gemeentesubsidie, woningaanbieder of bewoner te komen. Het komt dus voor, om voor domotica in aanmerking te komen, dat een beroep moet worden gedaan op twee of meer financieringsregelingen. Om het voor de zorgvrager duidelijker en inzichtelijker te maken verdient het daarom aanbeveling dat de verschillende financieringsstromen beter op elkaar worden afgestemd.
Alhoewel in het kader van de beleidsregel Zorginfrastructuur veel vrijheid is gecreëerd om nieuwe ontwikkelingen te bevorderen, is per 1 juli 2006 toch een lijst gepubliceerd die de technologische voorzieningen nader definieert. Dit was nodig om tot een goede afbakening van financiering door de AWBZ, Zorgverzekeringswet, gemeentesubsidie, woningaanbieder of bewoner te komen. Het komt dus voor, om voor domotica in aanmerking te komen, dat een beroep moet worden gedaan op twee of meer financieringsregelingen. Om het voor de zorgvrager duidelijker en inzichtelijker te maken verdient het daarom aanbeveling dat de verschillende financieringsstromen beter op elkaar worden afgestemd.
Extramuraal
De Beleidsregel
Zorginfrastructuur legt weinig of geen kwantitatieve beperkingen op aan de
zorgaanbieders en zorgkantoren. Partijen bepalen zelf de hoeveelheid
voorzieningen die zij gezamenlijk aanvragen. Dit is echter een schijnvrijheid.
De zorgaanbieder zal er rekening mee moeten houden, dat op korte termijn sprake
kan zijn van een normatieve bekostiging, dat zorgvragers de vrijheid hebben om
een zorgaanbieder te kiezen of het persoonsgebonden budget aan te wenden en dat
er sprake is van contracteervrijheid in de extramurale zorg zodat het
zorgkantoor niet verplicht is elk zorgaanbod te contracteren.
Op grond van de adviespraktijk van het Bouwcollege kan worden geconcludeerd
dat de Beleidsregel Zorginfrastructuur van de NZA een substantiële
bijdrage heeft geleverd aan het toepassen van domotica ter bevordering van
het scheiden van wonen en zorg. Sinds de invoering van de beleidsregel per 1
januari 2006 zijn tot medio september 2007 voor ruim 15000 woningen
technologische voorzieningen aangevraagd door zorgaanbieders. Het Bouwcollege
heeft over deze aanvragen een positief advies uitgebracht aan de NZA.
Indrukken
Nu de Beleidsregel zorginfrastructuur goed anderhalf jaar van kracht is en duidelijk in een behoefte heeft voorzien, leidt dit ook tot een aantal bevindingen en indrukken. Zoals hiervoor reeds is geschetst, bestaat de indruk dat de initiatieven van scheiden van wonen en zorg en domotica niet integraal worden ontwikkeld maar in enigszins gescheiden trajecten. De installaties worden vaak achteraf ontworpen. Het verdient aanbeveling dat reeds aan het begin van het initiatief wordt nagedacht over de vraag wat domotica voor de huisvesting betekent en wat het ontwerp van de huisvesting voor de mogelijkheden van toepassing van domotica betekent.
Nu de Beleidsregel zorginfrastructuur goed anderhalf jaar van kracht is en duidelijk in een behoefte heeft voorzien, leidt dit ook tot een aantal bevindingen en indrukken. Zoals hiervoor reeds is geschetst, bestaat de indruk dat de initiatieven van scheiden van wonen en zorg en domotica niet integraal worden ontwikkeld maar in enigszins gescheiden trajecten. De installaties worden vaak achteraf ontworpen. Het verdient aanbeveling dat reeds aan het begin van het initiatief wordt nagedacht over de vraag wat domotica voor de huisvesting betekent en wat het ontwerp van de huisvesting voor de mogelijkheden van toepassing van domotica betekent.
Woningen
worden voor lange tijd ontworpen en derhalve voor verschillende gebruikers met
verschillende behoeftes. De toe te passen domotica zal daarom zodanig flexibel
moeten zijn dat uitbreiding van bestaande aansluitingen mogelijk is of dat
nieuwe toepassingen mogelijk zijn.
Defensief
De niet op elkaar afgestemde
financieringsregelingen, de relatieve onbekendheid van deze regelingen bij
zorgvrager en aanbieder, de onzekerheden met betrekking tot de toekomstige wijze
van financiering en de contracteervrijheid leiden tot een defensieve houding van
de zorgaanbieders met betrekking tot het ontwikkelen van initiatieven. Eén van
de veel gehoorde opmerkingen in kringen van aanbieders is, dat men niet van plan
is investeringen met financieel risico te plegen als niet zeker is dat zij de
zorg mogen leveren.
Context
De toekomstige ontwikkeling van de AWBZ, waarvoor de SER momenteel bezig is
een advies op te stellen, levert op dit moment eveneens onzekerheden op voor de
zorgaanbieders. Gesteld dat het verblijf niet meer op grond van de AWBZ wordt
bekostigd zal zeker bij de instellingen in de zorg de fundamentele vraag
oproepen of zij onroerend goed gaan ontwikkelen en beheren of dat dit moet
worden overgelaten aan anderen. Dit raakt dan ook de vraag wie in een dergelijke
context verantwoordelijk is voor het investeren en beheren van domotica.
Beperking
In de huidige regeling is het in aanmerking komen voor bekostiging voorbehouden aan de intramurale instellingen en de thuiszorg. Kortom het zijn de instellingen die vallen onder de Wet marktordening gezondheidszorg. Dit sluit woningcorporaties, gemeentes en initiatieven van ouders of belangenbehartigers, zoals bijvoorbeeld in de gehandicapten zorg, uit. De vraag is of een dergelijke beperking gewenst is en of dit niet een rem is op hele goede initiatieven? Dit kan met enkele voorbeelden nader worden toegelicht.
In de huidige regeling is het in aanmerking komen voor bekostiging voorbehouden aan de intramurale instellingen en de thuiszorg. Kortom het zijn de instellingen die vallen onder de Wet marktordening gezondheidszorg. Dit sluit woningcorporaties, gemeentes en initiatieven van ouders of belangenbehartigers, zoals bijvoorbeeld in de gehandicapten zorg, uit. De vraag is of een dergelijke beperking gewenst is en of dit niet een rem is op hele goede initiatieven? Dit kan met enkele voorbeelden nader worden toegelicht.
Voorbeelden
Woningcorporaties die relatief vaak bij de ontwikkeling van scheiden
en wonen projecten zijn betrokken, en derhalve risicodrager zijn voor het
vastgoed, realiseren zich terdege dat hun huurder (de zorgaanbieder) in de
toekomst, op grond van het nieuwe bekostigingssysteem of tengevolge van de
contracteervrijheid, niet kan garanderen dat de huur wordt vergoed. De
woningcorporaties vinden het dan ook logisch dat zij een meer prominente positie
innemen bij het ontwikkelen van onroerend goed inclusief domotica, ten
behoeve van extramurale zorg projecten.
Ook een nadrukkelijker positie voor de
gemeente valt zeker te verdedigen. De gemeente is immers verantwoordelijk voor
de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO), die als
uitgangspunt heeft dat de regie voor wonen, welzijn en zorg op het gemeentelijke
niveau moet worden geregeld. Laatste voorbeeld zijn de verschillende
initiatieven van ouders in de gehandicapten sector, die zich veel inspanningen
getroosten om hun kinderen goede huisvesting te bieden. Dit is eveneens een vorm
van scheiden van wonen en zorg. Het valt niet goed te begrijpen waarom
dergelijke initiatieven niet in aanmerking zouden kunnen komen voor een
reguliere bekostiging van de domotica.
Als laatste rest nog dit. Ondanks de prachtige mogelijkheden die domotica
biedt, mag nimmer vergeten worden dat dit nooit de persoonlijke aandacht kan
vervangen noch de vereenzaming kan opheffen.
Auteursinformatie: Ad van de Kreeke is hoofd sectie verpleging en
verzorging College bouw zorginstellingen



