Domotica
Domotica: van valkuil tot springplank
05 MEI 2008
Domotica is geen technisch probleem, maar
juist een organisatorische kwestie. Dat stellen Jan Rietsema en Nico van den
Brink, innovatieadviseurs bij Syntens. Zij noemen drie valkuilen die kunnen
worden veranderd in een springplank richting succesvolle
domotica.
De techniek staat voor niets. Nu niet, maar tien of vijftien jaar geleden
ook al niet. “Oplossingen met domotica bestaan al een tijdje. Toch willen ze
maar niet echt doorbreken. Eenvoudigweg omdat ze door instellingen te veel
worden gezien als een technisch fenomeen.” En: “Of het nu gaat om een
wooncorporatie of een zorginstelling, over het algemeen wordt een
domotica-project veel te technisch ingestoken. Maar de techniek is in feite
helemaal niet zo bijzonder. Die werkt wel. Domotica is juist vooral een
organisatorisch probleem.”
De woorden zijn respectievelijk van Jan Rietsema en Nico van den Brink, innovatieadviseurs bij Syntens. Van den Brink heeft ervaring met tien domotica-projecten, zowel intramuraal als extramuraal. Hij helpt onder meer programma’s van eisen op te stellen en geeft input voor de onderbouwing van business cases. Rietsema leidt een team van innovatieadviseurs human health. Voorheen was hij werkzaam op het raakvlak van zorg enerzijds en toepassing van medische technologie anderzijds. De twee noemen drie valkuilen die kunnen worden veranderd in een springplank richting succesvolle domotica.
Organisatie in plaats van techniek
Van den Brink: “Instellingen zitten nogal eens aan te hikken tegen de ontwikkeling van domotica. Het is zo’n moeilijk technisch verhaal. Dat is een verkeerde uitgangspositie. Het is niet de techniek die het moeilijk maakt, het is dikwijls je eigen organisatie die problemen oplevert. Hoe richt ik mijn organisatie in op de technische verworvenheden? Wie hebben het nodig? Hoe gaan we het inbedden? Als je dat soort zaken helder voor ogen hebt, kun je de techniek er vrij geruisloos bij laten aansluiten.”
Rietsema: “Je moet allereerst kijken naar het zorgmodel dat jouw organisatie wil bieden. Wat is bijvoorbeeld de visie van de zorgaanbieder ten aanzien van veiligheid? Volstaan we met het observeren van cliënten? Of willen we bijvoorbeeld ook contact kunnen hebben en interveniëren? Vanuit de visie stel je de domoticafuncties vast en daar richt je vervolgens je domoticasysteem op in.
Van den Brink: “Instellingen zitten nogal eens aan te hikken tegen de ontwikkeling van domotica. Het is zo’n moeilijk technisch verhaal. Dat is een verkeerde uitgangspositie. Het is niet de techniek die het moeilijk maakt, het is dikwijls je eigen organisatie die problemen oplevert. Hoe richt ik mijn organisatie in op de technische verworvenheden? Wie hebben het nodig? Hoe gaan we het inbedden? Als je dat soort zaken helder voor ogen hebt, kun je de techniek er vrij geruisloos bij laten aansluiten.”
Rietsema: “Je moet allereerst kijken naar het zorgmodel dat jouw organisatie wil bieden. Wat is bijvoorbeeld de visie van de zorgaanbieder ten aanzien van veiligheid? Volstaan we met het observeren van cliënten? Of willen we bijvoorbeeld ook contact kunnen hebben en interveniëren? Vanuit de visie stel je de domoticafuncties vast en daar richt je vervolgens je domoticasysteem op in.
Vaak wordt domotica gezien als iets additioneels. Als
iets wat je toevoegt aan je organisatie. Maar het moet er juist een onderdeel
van vormen. Dan zullen de totale kosten ook lager zijn. Nu is de praktijk
meestal nog dat domotica in een te laat stadium om de hoek komt kijken. Ik zou
zeggen: neem het onderwerp bijvoorbeeld al mee op het moment dat de bouwplannen
worden opgesteld. Als je dán je ict-infrastructuur in het verhaal kunt
integreren, zullen de investeringen lager uitvallen.”
Van den Brink: “Wij adviseren ook om zoveel mogelijk gebruik te maken van
bestaande technologie. Ontwikkel ze niet zelf als het niet nodig is, vind niet
opnieuw het wiel uit. Een voorbeeld van combinaties die je kunt maken binnen een
bestaande infrastructuur? Neem nu de extramurale organisatie die bijvoorbeeld
alarmering, vervanging van lampjes of werk in de tuin biedt. Sluit als
zorginstelling contracten af met plaatselijke MKB’ers om die diensten te
verrichten. Denk aan zelfstandigen, denk aan cateraars, denk aan vervoerders.
Kijk, als
individuele organisatie krijg je je domotica vaak niet rond gerekend. Een
infrastructuur voor alarmering alléén is onbetaalbaar. Maar die alarmering
onderbrengen in een infrastructuur voor nog veel meer diensten, ja, dát is
interessant. Met andere organisaties bundel je daarbinnen facilitaire diensten,
zorgdiensten, content, videocommunicatie en ga maar door. En over
videocommunicatie gesproken: als je die dienst hebt om ‘Goedemorgen’ te zeggen
tegen de cliënt, waarom zou je de techniek dan niet óók gebruiken voor een
boodschappendienst en de mogelijkheid een taxi te bestellen?”
Rietsema: “Mijn boodschap aan ict-leveranciers, dienstenleveranciers en anderen: verkoop bij wijze van spreken niet alleen een doosje. Verkoop dat doosje als integraal onderdeel van een bredere dienstverlening. Dat is aanzienlijk efficiënter. En voor de volledigheid: heb je het over samenwerking, dan heb je het over samenwerking tussen zorginstellingen en MKB’ers en ook tussen MKB’ers onderling.”
Rietsema: “Mijn boodschap aan ict-leveranciers, dienstenleveranciers en anderen: verkoop bij wijze van spreken niet alleen een doosje. Verkoop dat doosje als integraal onderdeel van een bredere dienstverlening. Dat is aanzienlijk efficiënter. En voor de volledigheid: heb je het over samenwerking, dan heb je het over samenwerking tussen zorginstellingen en MKB’ers en ook tussen MKB’ers onderling.”
Mensen met elkaar verbinden
Van den Brink: “Het is een groter probleem mensen met elkaar te verbinden en mensen aan diensten te koppelen dan allerlei technieken aan elkaar te knopen. Uiteindelijk is het de mens die ermee moet werken of die ervan moet profiteren.
Van den Brink: “Het is een groter probleem mensen met elkaar te verbinden en mensen aan diensten te koppelen dan allerlei technieken aan elkaar te knopen. Uiteindelijk is het de mens die ermee moet werken of die ervan moet profiteren.
Ketendigitalisering
is tegenwoordig een gevleugeld begrip. Maar vergeet niet dat er achter dat
begrip wel mensen zitten. Natuurlijk, het is schitterend dat de cliënt via
telecommunicatie een verpleegkundige kan oproepen. Maar wat doet de
verpleegkundige er vervolgens mee? Juist omdat het uiteindelijk mensenwerk is,
verdient het aanbeveling zoveel mogelijk groepen te betrekken bij de
ontwikkeling van domotica en ook de consequenties ervan voor de organisatie. Van
medewerkers tot patiëntengroepen en van installateurs tot
bewoners.”
Rietsema: “De ontwikkeling van domotica moet beginnen bij de
zorgverlener. Die ziet er op toe dat de gebruiker niet uit het oog wordt
verloren. Gaat een MKB’er onafhankelijk van de zorginstelling aan de slag, dan
bestaat de kans dat er een prachtige innovatie wordt ontwikkeld waarmee
bijvoorbeeld de medewerker uit de voeten kan maar die bij de patiënt in het
laatje terechtkomt. Of het nu gaat om selfmanagement bij suikerziekte of om een
apparaat voor beveiliging, zodra de cliënt een rol krijgt bij de bediening
ervan, moet de ontwikkeling van de dienst of het product plaatsvinden in
overleg met de uiteindelijke gebruiker.”
Van den Brink: “Laat de ontwikkeling niet over aan bijvoorbeeld installatiebureaus, maar aan iemand met kennis van zorg. Heb je het over ketendigitalisering, dan ben ik ook voorstander van een dienstenregisseur, mét een zorgachtergrond welteverstaan. Die ziet toe op een gestroomlijnde gang van zaken. Wie doet wat? En hoe verloopt dat zo efficiënt mogelijk?”
Van den Brink: “Laat de ontwikkeling niet over aan bijvoorbeeld installatiebureaus, maar aan iemand met kennis van zorg. Heb je het over ketendigitalisering, dan ben ik ook voorstander van een dienstenregisseur, mét een zorgachtergrond welteverstaan. Die ziet toe op een gestroomlijnde gang van zaken. Wie doet wat? En hoe verloopt dat zo efficiënt mogelijk?”
Financiering
Van den Brink: “Bij de ontwikkeling van domotica zie je vaak projecten van individuele partijen die worden gesubsidieerd. Zodra de financiering is afgelopen, komt het stil te liggen, ongeacht het feit of het project nu succesvol is of niet. Er hangt geen ‘business case’ achter.
Wij zeggen bijvoorbeeld tegen het MKB: met samenwerking en ketendigitalisering kun je het betaalbaar houden. De kans daarop is althans groter dan wanneer allerlei partijen afzonderlijk de markt bestoken. Zeker, samenwerken is ook een kwestie van geven en nemen, maar besef wel dat je grotere kansen hebt, dat je een rendabel product levert en dat het interessant wordt voor zorgorganisaties wanneer je gezamenlijk optrekt.”
Van den Brink: “Bij de ontwikkeling van domotica zie je vaak projecten van individuele partijen die worden gesubsidieerd. Zodra de financiering is afgelopen, komt het stil te liggen, ongeacht het feit of het project nu succesvol is of niet. Er hangt geen ‘business case’ achter.
Wij zeggen bijvoorbeeld tegen het MKB: met samenwerking en ketendigitalisering kun je het betaalbaar houden. De kans daarop is althans groter dan wanneer allerlei partijen afzonderlijk de markt bestoken. Zeker, samenwerken is ook een kwestie van geven en nemen, maar besef wel dat je grotere kansen hebt, dat je een rendabel product levert en dat het interessant wordt voor zorgorganisaties wanneer je gezamenlijk optrekt.”
Over Syntens
MKB’ers wijzen op ‘business opportunities’ en helpen met business cases. Dat is de rol die Syntens kan bekleden voor ondernemingen die geïnteresseerd zijn in ontwikkeling van domotica. Het innovatienetwerk voor ondernemers brengt bedrijven in contact met de juiste partijen, begeleidt ze op de markt en zet aan tot innovaties. De partners kunnen zorgorganisaties of andere MKB’ers zijn. Het kan ook gaan om kennisinstellingen op het vlak van domotica, zowel in binnen- als buitenland. Te denken valt aan Vilans, hht kenniscentrum dat de kwaliteit van leven van mensen met beperkingen verbetert.
MKB’ers wijzen op ‘business opportunities’ en helpen met business cases. Dat is de rol die Syntens kan bekleden voor ondernemingen die geïnteresseerd zijn in ontwikkeling van domotica. Het innovatienetwerk voor ondernemers brengt bedrijven in contact met de juiste partijen, begeleidt ze op de markt en zet aan tot innovaties. De partners kunnen zorgorganisaties of andere MKB’ers zijn. Het kan ook gaan om kennisinstellingen op het vlak van domotica, zowel in binnen- als buitenland. Te denken valt aan Vilans, hht kenniscentrum dat de kwaliteit van leven van mensen met beperkingen verbetert.
Auteur: Gerben Stolk, freelance journalist
(Dit artikel verscheen eerder in nr. 6/2007 van ICTzorg
magazine)



