Telegeneeskunde
Juridische randvoorwaarden voor e-consult
22 JAN 2008
Patiënten hebben behoefte aan zorg op afstand. Dat blijkt uit diverse
onderzoeken. Echter slechts een kleine groep hulpverleners biedt deze vorm van
zorg aan. De onbekendheid met de regelgeving is een van de belemmeringen. Daarom
hier een kort overzicht van de relevante regelgeving voor
e-consults.
De Wet Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO) bevat naast allerlei
regels op het gebied van patiëntenrechten, normen waaraan een hulpverlener zich
jegens de patiënt dient te houden. Zo moet de hulpverlener de patiënt
bijvoorbeeld goed informeren, de zorg van een goed hulpverlener in acht nemen,
een goed dossier van de patiënt bij houden en alle gegevens geheim houden.
Offline hulpverlening
De WGBO is van toepassing op alle handelingen van de hulpverlener in een
behandelingsrelatie. Het maakt hierbij niet uit of de behandeling op afstand,
via internet, of in de behandelkamer van de hulpverlener plaats vinden. Een
hulpverlener die een patiënt via een e-consult wenst te behandelen dient dus te
voldoen aan dezelfde regels die gelden voor ‘offline’ hulpverlening. In principe
verandert er met een ‘online’ behandeling dus niets. Belangrijke vraag is echter
hoe de normen uit de WGBO dienen te worden ingevuld in de online omgeving.
Randvoorwaarden
Om daar duidelijkheid in te krijgen heeft de KNMG in 2005 de Richtlijn
online arts-patiëntcontact ingevoerd. Deze richtlijn is bedoeld als een
aanvulling op de professionele standaarden, zoals vastgelegd in de WGBO. Doel is
randvoorwaarden te geven voor het online contact tussen hulpverlener en patiënt
zodat de kwaliteit van zorg voldoende wordt gegarandeerd.
Behandelrelatie
Uitgangspunt van de KNMG-richtlijn is dat het online contact is ingebed in
een bestaande behandelrelatie, hetgeen wil zeggen een relatie waarin de
hulpverlener en de patiënt elkaar kennen, elkaar hebben ontmoet en zo nodig
elkaar weer kunnen ontmoeten. Een e-consult moet dus altijd als een aanvulling
op de bestaande behandelrelatie worden gezien en nooit als een ‘in plaats
van’.
Burgerservicenummer
De KNMG-richtlijn bevat voorwaarden waaraan een hulpverlener zich dient
te houden indien hij de patiënt voorziet van medisch advies. Voorbeelden hiervan
zijn dat de hulpverlener voldoende relevante en betrouwbare (medische) gegevens
dient te hebben, maatregelen neemt voor kwaliteit, veiligheid en privacy van de
patiënt en dat de hulpverlener de identiteit van de patiënt heeft kunnen
vaststellen. Met name dat laatste kan ‘online’ een probleem zijn; immers de
hulpverlener kan vaak niet zien wie hij voor zich heeft. Dit probleem zal
gedeeltelijk worden opgelost met de komst van het Burgerservicenummer.
Beveiligd
Voor wat betreft de privacy van de patiënten zijn niet alleen de normen
opgenomen in de WGBO en de KNMG-richtlijn van belang, maar ook de normen uit de
Wet Bescherming Persoonsgegevens (WBP). Uit de WBP volgt dat persoonsgegevens
goed moeten worden beveiligd, hetgeen onder meer inhoudt dat passende technische
en organisatorische maatregelen moeten worden genomen om de persoonsgegevens te
beschermen.
Belangrijk richtsnoer
De beveiliging dient in overeenstemming te zijn met de stand van de
techniek. In nauw overleg met de zorgsector is door het Nederlandse
Normalisatie-instituut een norm ontwikkeld voor informatiebeveiliging binnen de
zorgsector, de zogenaamde NEN 7510 norm. Deze norm is een belangrijk richtsnoer
bij het beantwoorden van de vraag of de gegevensverwerking bij een e-consult
afdoende beveiligd is, veel ICT producten voor de zorg voldoen daarom inmiddels
aan deze norm.
Auteur Linda Eijpe, advocate bij SOLV
Advocaten
Dit artikel verscheen eerder in ICTzorg magazine, nr.
4 juli/augustus 2007.


zibb.nl home
