Telegeneeskunde
‘Enorm positieve business case voor tele-health, als de bakens verzet worden’
15 JAN 2008
Telemedicine leidt tot kwalitatief betere zorg en meer efficiëntie. Toch
lukt het maar niet om telemedicine van de grond te krijgen. Wat is er nodig om
het tij te doen keren?
Als je op de website van het
ministerie van VWS het woord telemedicine intikt kom je een artikel tegen
over de hooggespannen verwachtingen van telemedicine.
Personeelstekort
Theo de Vries, hoogleraar aan de Universiteit Twente, voorspelt dat in
2010 zeven procent van het volksgezondheidsbudget wordt besteed aan
telemedicine, het verlenen van zorg op afstand met gebruikmaking van ict.
Daarbij noemt hij als voorwaarden dat de starre financiering en organisatie van
de zorg op de schop gaan en noemt hij telemedicine een oplossing voor het
personeelstekort in de zorg. Het meest opvallende van het artikel is misschien
wel de publicatiedatum: 12 augustus 2000.
Verste verte
Inmiddels zijn we zeven jaar verder en zouden we hard op weg moeten zijn
naar die 7 procent in 2010. Om iets meer gevoel bij het percentage te
krijgen, VWS heeft alleen al een begroting van ruim 50 miljard euro aan publieke
middelen. (De omvang van de private middelen is moeilijker in te schatten, maar
groeiend). Als de voorspelling uit zou komen zou de begroting van VWS in 2010
een bedrag van minstens 3,5 miljard voor zorg op afstand moeten bevatten. Zelfs
in de meest optimistische scenario's wordt deze voorspelling in de verste verte
niet benaderd.
Marktverkenning
Hoe komt dat? Was de wens de vader van de gedachte en blijkt telemedicine
of tele-health helemaal geen toekomst te hebben? Was de voorspelling vooral
gebaseerd op het feit dat het technisch kan (`technology push') maar is er
helemaal geen behoefte aan? (`market pull')?
Een onderzoek dat Empirica en Flim P&C uitvoerden in april/mei 2007 geeft meer inzicht in de huidige situatie. De marktverkenning over telemonitoring in Nederland werd uitgevoerd in het kader van het EU-Soprano project. Er werden ruim veertig interviews gedaan met personen die vanuit verschillende rollen aktief zijn met tele-Health.
Een onderzoek dat Empirica en Flim P&C uitvoerden in april/mei 2007 geeft meer inzicht in de huidige situatie. De marktverkenning over telemonitoring in Nederland werd uitgevoerd in het kader van het EU-Soprano project. Er werden ruim veertig interviews gedaan met personen die vanuit verschillende rollen aktief zijn met tele-Health.
Tele-monitoring
Naast
een algemeen beeld van de Nederlandse situatie werden enkele toepassingen –
Philips Motiva CE, Health Hero Networks’s Health Buddy, Meavita-at-home en KOALA
- nader onder de loep genomen. Hierbij ging het om toepassingen van
tele-monitoring waarbij de gemonitorde uitslagen direct naar de applicaties
werden gestuurd waardoor dus geen menselijke interface voor invoer nodig was.
Awareness
Het beeld dat uit de interviews ontstaat is dat de ‘awareness’ van de kansen
door inzet van tele-health zijn toegenomen. Tele-health kan, mits goed ingezet,
een belangrijke bijdrage leveren aan de huidige en vooral toekomstige zorgvraag
van consumenten, betere kwaliteit van zorg bieden en tegelijk door meer
efficiëntie de kosten helpen beheersen.
Daarmee wordt niets nieuws verteld, velen hebben die boodschap al
verkondigd aan wie het horen wilde en pioniers als Portavita en KSYOS voegen al
jaren de daad bij het woord. In veel andere sectoren is tele-dienstverlening het
aandeel van 7 procent allang gepasseerd. Echter niet in de zorgsector.
Magere jaren
Want goedbeschouwd zijn het zeven magere jaren geweest en is tele-health
nog steeds vooral een belofte en zeker nog geen substantieel deel van de
reguliere zorg. Uit de interviews voor het Empirica onderzoek komen de
belangrijkste barrieres naar voren die in essentie dezelfde zijn gebleven als in
2000: de financiering van de zorg, de aanbodsturing in de zorg, gebrek aan
awareness bij patiënten, geen investeringscultuur en geen visie.
Als je hoort hoeveel er over tele-health wordt gesproken en
welke aandacht stimuleringsprojecten krijgen, lijken betere tijden aangebroken.
Maar dat is slechts schijn. De meeste initiatieven zijn gebaseerd op innovatiesubsidies
en hebben de business case voor de exploitatiefase niet rond. Als de subsidie
stopt, stopt de innovatie.
Tempo versnellen
Het is slechts een enkeling gelukt, zoals Diamuraal, om zelf een
maatwerk-oplossing met alle partners op te stellen. Een voorbeeld voor de
toekomst, maar vooralsnog eerder uitzondering dan regel. Toch zal tele-health op
termijn reguliere zorg worden. Dat is de overtuiging van velen. En ze zullen
gelijk krijgen. Maar wanneer? De volgende ontwikkelingen kunnen het tempo flink
versnellen: Maak het mogelijk voor zorgverzekeraars
om tele-health diensten in te kopen om in de zorgvraag van consumenten te
voorzien in plaats van traditionele zorgdiensten, zodat tele-health leidt tot
substitutie in plaats van extra kosten.
Dbc-structuur
Walter Salzmann, verantwoordelijk
voor zorgict bij het College voor zorgverzekeringen (CVZ) geeft aan dat de
dbc-structuur hiervoor meer ruimte biedt dan nu wordt benut. Die maakt namelijk
geen onderscheid in het medium waarmee de dienst geleverd wordt. Het CVZ heeft
onlangs in zijn Pakketrapport verklaard dat het teledermatologisch consult en
het webmailconsult door de huisarts nieuwe vormen zijn van zorg die al in het
basispakket zitten.
Kies bij de besteding van nieuwe financiële middelen
voor projecten en diensten die binnen enkele jaren geen subsidie meer nodig
hebben voor een positieve business case voor exploitatie.
Goede praktijkvoorbeelden
Tele-health leidt tot hele andere organisatievormen en past niet in het
traditionele model van 1e en 2e lijnszorg of cure versus care. Introduceer
daarom naast 1e lijnszorg en 2e lijnszorg de organisatievorm telezorg en gebruik
bestaande goede praktijkvoorbeelden voor structurele inrichting.
De patiënt
En wat wil de patiënt? Als de patiënt echt centraal staat in de zorg, dan
is dat het vertrekpunt voor de zorg van de toekomst, ook via tele-health. Dora
Tjalsma, beleidsmedewerker NPCF, geeft aan: “Telemedicine kan een belangrijke
bijdrage leveren aan het realiseren van vraaggestuurde zorg in Nederland. Het
belangrijkste uitgangspunt is dat de zorggebruiker ervaart dat de toepassing een
bijdrage levert aan de kwaliteit van zijn leven."
Gebruikersperspectief
Hoe logisch de behoefte
van de patiënt ook lijkt als startpunt, tele-health komt voort uit een
eeuwenlang aanbodgestuurde sector. Tjalsma: "In telemedicine ontbreekt vaak het
perspectief van de zorggebruiker. Het probleem, de vraag van de toekomstige
gebruiker op het gebied van telemedicine, zal eerst in kaart moeten worden
gebracht voordat een passende interventie -met behulp van ict- kan worden
vastgesteld."
Ten slotte onderschrijft de NPCF de impact van deze aanpak voor de zorgsector. Tjalsma: "De keuze voor het gebruikersperspectief heeft gevolgen voor de onderlinge verhoudingen, de inrichting en de financiering van de zorg."
Ten slotte onderschrijft de NPCF de impact van deze aanpak voor de zorgsector. Tjalsma: "De keuze voor het gebruikersperspectief heeft gevolgen voor de onderlinge verhoudingen, de inrichting en de financiering van de zorg."
Care
Vanuit het aanbodperspectief lijkt in de caresector de geest uit de fles.
Staatssecretaris Jet Bussemaker noemt zorg op afstand met ict als prioriteit en
bij Actiz heeft het alle aandacht. Voor ActiZ is zorg op afstand een must
aangezien de inzet is cliënten zo lang mogelijk zorg te bieden in hun eigen
thuissituatie. Zeker in een branche die bovendien geconfronteerd wordt met een
groeiende vraag en een krappe arbeidsmarkt. ActiZ spant zich dan ook in om voor
haar leden de barrières weg te nemen die de toepassing van nieuwe technieken in
de weg staan.
Kort en bondig
Ondertussen neemt ook de awareness toe dat tele-health en het
elektronisch patiëntendossier (EPD) belangrijke middelen voor betere zorg zijn
die met elkaar samenhangen. René van Dijk, cardioloog in het Martini ziekenhuis
in Groningen en voorzitter van de Nederlandse Tele-Health werkgroep Hartfalen,
stelt het kort en bondig: “Tele-health zonder EPD is geen tele-health”.
Canadese counterpart
Mede daarom heeft Nictiz aangegeven tele-health meer aandacht te gaan
geven, onder andere tijdens het eNederland congres in november, waar ook René
van Dijk zijn visie en ervaring zal presenteren. Als nationaal instituut zou
Nictiz kunnen helpen om samen met partijen de noodzakelijke akties op de agenda
bij overheid en politiek te krijgen. Daarbij kan een rapport van haar Canadese
counterpart, Health Infoway, een mooie leidraad zijn. De conclusie van het
onlangs opgestelde Home Telehealth Business Case Report is duidelijk: “Er is een
enorm positieve business case voor tele-health, mits men bereid is de bakens te
verzetten en traditionele financiering en organisatie van de zorg los te laten.“
Het wordt tijd de bakens écht te gaan verzetten, ook in Nederland!
Auteur: Chris Flim, zelfstandig adviseur, flimprojectmanagement
Dit artikel verscheen eerder in ICTzorg magazine,
jrg 8, nr. 4/2007


zibb.nl home
