EPD
Landelijk schakelpunt, het is sleuren en trekken
12 OKT 2007
Gert-Jan van Boven gaf zich vijf jaar geleden duizend dagen de tijd voor de
ontwikkeling van een landelijke infrastructuur waarmee patiëntgegevens
uitgewisseld kunnen worden. Het heeft wat langer geduurd maar nu lijkt het
einddoel in zicht. “Binnen nu en twee jaar is iedere dokter op het landelijk
schakelpunt aangesloten.”
In de spreekkamer van iedere dokter een aansluiting waarmee hij
patiëntgegevens kan uitwisselen met de rest van het land. Dat stelde Gert-Jan
van Boven zich ten doel toen hij vijf jaar geleden aantrad als directeur van het
Nationaal ICT Instituut in de Zorg (NICTIZ).
Eerste pilots
Duizend dagen gaf hij zichzelf
de tijd om dit te bereiken. Het heeft wat langer geduurd maar nu lijkt het
einddoel toch in zicht: er is een landelijke infrastructuur voor de uitwisseling
van patiëntgegevens en de eerste pilots met het elektronisch medicatiedossier
(EMD) en het waarneemdossier huisartsen (WDH) lopen.
Eenvoudig was het niet
geeft Van Boven toe. NICTIZ heeft jarenlang lopen sleuren en trekken om ICT hoog
op de agenda te krijgen in de zorg. En pas de laatste jaren lijkt het daarin
succesvol.
Autonome kolommen
Maar je moet de complexiteit van de opdracht ook niet onderschatten,
benadrukt Van Boven. “De zorg wordt vaak voorgesteld als één systeem, maar dat
is helemaal niet zo. Het zijn allemaal autonome kolommen: de huisartsen, de
apotheken, de ziekenhuizen, enzovoorts. En iedere kolom voert zijn eigen beleid,
heeft zijn eigen organisatievorm en zijn eigen informatiestructuur en beschikt
over zijn eigen communicatietechnieken.
Vaak denken mensen als je nu maar de technische systemen aan elkaar knoopt,
dan is het geregeld. Maar je moet ook een oplossing vinden voor bijvoorbeeld de
verschillende manieren waarop in de afzonderlijke kolommen de informatie is
opgeslagen. En daarom duurt het allemaal zo lang.”
Zondebok
Vervelend is echter dat iedereen voortdurend naar NICTIZ wees als het
allemaal niet opschoot met het elektronisch patiëntendossier (EPD). Het leidde
er zelfs toe dat toenmalig minister Hoogervorst van VWS eind 2005 de regie naar
zich toe trok.
Buitengewoon oneerlijk vond Van Boven het. “We voelden ons in
onze eer aangetast. We konden er niets aan doen en toch werden wij in de rol van
zondebok geduwd. Terwijl we er al die jaren heel hard aan getrokken
hadden.”
Tragiek
Het is de tragiek van het NICTIZ. Ze doen het nooit goed.
Zorgaanbieders en leveranciers vinden NICTIZ te veel overheid, en de overheid
vindt dat NICTIZ te veel de oren laat hangen naar de partijen in het veld. Van
Boven: “We zijn net de keuken in het leger, daar moppert ook altijd iedereen
op.”
Toch bleek de zet van Hoogervorst achteraf een zegen, aldus Van Boven.
“NICTIZ hoefde niet langer de rol te vervullen van opdrachtgever, die rol is
overgenomen door het ministerie van VWS. Het EPD kwam daarmee hoog op de agenda
te staan bij het ministerie waardoor ook meteen de klussen die het ministerie
zelf moest doen, hoge prioriteit kregen.”
Centraal
Intussen is er een breed draagvlak
voor de lijn die door NICTIZ en het ministerie van VWS wordt gevolgd. Van Boven:
“In tegenstelling tot de aanpak in Groot-Brittannië probeert men hier zo weinig
mogelijk centraal te regelen en zoveel mogelijk over te laten aan de markt.
Iedereen mag zijn eigen systeem houden, zolang het maar kan communiceren met het
landelijk schakelpunt.”
Van Boven erkent dat NICTIZ ook fouten heeft gemaakt.
“De samenwerking met de leveranciers is pas in een laat stadium goed van de
grond gekomen. Op een gegeven moment kwamen we erachter dat je niet eindeloos
moet overleggen maar de bedrijven die in de markt actief zijn praktische vragen
moet voorleggen. En dan blijkt het ineens heel makkelijk te gaan.”
“En misschien hebben we soms ook te veel met oogkleppen op en peterselie in
onze oren gewerkt. Omdat er gewoon hard gewerkt moest worden om de landelijke
architectuur af te krijgen. Gevolg was wel dat niet iedereen wist waarmee we
bezig waren.”
Agendering
Op dit moment heeft NICTIZ drie taken. Allereerst fungeert NICTIZ als
kenniscentrum voor zorgaanbieders en leveranciers. Agendering is daarvan een
onderdeel. Van Boven: “Nu er een infrastructuur is voor de uitwisseling van
patiëntgegevens en het WDH en EMD landelijk uitgerold kunnen worden, is het onze
taak om ervoor te zorgen dat nieuwe zaken op de nationale ICT-agenda komen te
staan.”
Hiervoor is een stuurgroep ingesteld onder voorzitterschap van Martin
van Rijn, directeur-generaal van het ministerie van VWS. Voorstellen voor de
landelijke ICT-agenda worden voorbereid in het platform ICT & Innovatie
(zorgicteninnovatie.nl) waar de verschillende koepel- en
brancheorganisaties van zorgaanbieders, zorgverzekeraars, patiëntenorganisaties
en ICT-bedrijven in zitten.
E-health en domotica
Van Boven verwacht dat de landelijke ICT-agenda
nu wat ruimer zal worden dan alleen de invoering van een EPD. Hij denkt
bijvoorbeeld aan e-health en domotica maar ook aan de administratieve processen
in de zorg.
Verder is het een taak van NICTIZ om landelijke standaarden te ontwikkelen
en te onderhouden. En tot slot blijft NICTIZ verantwoordelijk voor de landelijke
infrastructuur en de aansluiting van leveranciers op het landelijk
schakelpunt.
Stimuleringsregeling
Van Boven is ervan overtuigd dat uiteindelijk alle leveranciers ervoor
zullen zorgen dat hun software geschikt is voor aansluiting op het landelijk
schakelpunt. “Anders val je op den duur uit de boot.”
Om extra druk uit te
oefen verwacht hij dat er voor de huisartsen een financiële stimuleringsregeling
komt. “Ik denk dat alle huisartsen gedurende anderhalf jaar een
opslag op hun patiëntentarief krijgen als ze zijn aangesloten op het landelijk
schakelpunt. Daar kunnen ze de extra kosten goed uit betalen. En hoe later ze
zich aansluiten, hoe minder ze vergoed krijgen. Met als gevolg dat de druk op de
leveranciers groter wordt om hun systemen geschikt te maken voor aansluiting op
het landelijk schakelpunt.”
Gelukkige dokters
Intussen wacht Van Boven vol spanning het moment
af dat de eerste dokters daadwerkelijk met een EMD en een WDH gaan werken. “Ik
ben ontzettend benieuwd naar het moment dat we de eerste gelukkige dokters
kunnen filmen die zeggen het was een hoop gedoe maar ik kan het nu iedereen
aanraden. Ik durf te zeggen dat vervolgens binnen nu en twee jaar iedere dokter
op het landelijk schakelpunt zal zijn aangesloten.”
“Ik zal nu nog niet zeggen dat we het goed hebben gedaan maar als het WDH
en EMD in elke spreekkamer draait, dan is voor mij het moment aangebroken om
onze eigen gladiolen te kopen. Dan gaan we het vieren.”
[fotobijschrift] Gert-Jan van Boven: “Wie zijn net de keuken in het leger,
daar moppert ook altijd iedereen op.” (ICTzorg - Mario Gibbels)
Dit artikel verscheen eerder in ICTzorg magazine, jrg
8, nr 3 - mei/juni 2007


zibb.nl home
