Op de hoogte blijven? Meld u dan aan voor de gratis wekelijkse nieuwsbrief van ICTzorg
Het UMC St Radboud bouwt zijn eigen EPD waarin terug is te vinden op basis waarvan een dokter een beslissing heeft genomen. Projectleider van dit onderdeel ‘klinische notities’ is Pieter de Vries Robbé.
Pieter de Vries Robbé mag dan hoogleraar Medische Informatiekunde zijn, het papierloze tijdperk is op zijn werkkamer nog niet ingetreden. Op zijn bureau, in kasten, op tafels en zelfs op de grond liggen honderden stapels papier. Hij verontschuldigt zich glimlachend: “Ik moet het nog een keer opruimen.”
Mogelijk dat hij daartoe op korte termijn gedwongen wordt. De Medische Informatiekunde staat in de Nederlandse universiteitswereld namelijk onder druk. De studierichting is in Maastricht reeds opgeheven, in Leiden dreigt hetzelfde en ook voor De Vries Robbé komt er na zijn vertrekt in juni dit jaar geen opvolger.
Het lijkt tegenstrijdig: ict wordt steeds belangrijker in de zorg terwijl de ene na de andere universiteit de leerstoel Medische Informatiekunde opheft? De Vries Robbé heeft er echter wel een verklaring voor: de Medische Informatiekunde levert te weinig publicaties en te weinig promoties op.
Niet omdat er niet hard genoeg wordt gewerkt maar omdat het om complex en tijdrovend onderzoek gaat, stelt De Vries Robbé. “Ander onderzoek levert tegen veel minder inspanning veel meer publicaties op. En het gaat de universiteiten tegenwoordig niet om wat er gepubliceerd wordt, als er maar gepubliceerd wordt. Want dat levert uiteindelijk geld op.”
Wat is er dan zo complex aan het onderzoek bij Medische Informatiekunde?
“Het is bijvoorbeeld uitermate lastig om te onderzoeken wat de verschillen zijn tussen het gebruik van een papieren dossier en het gebruik van een elektronisch dossier. Of hoe een EPD überhaupt in elkaar moet steken. Dat is hetzelfde als je een architect vraagt waarom hij de brug gebouwd heeft zoals hij hem heeft gebouwd.”
Wat zijn recente voorbeelden van promotieonderzoek voor Medische Informatiekunde?
“Wij hebben net een promovendus afgeleverd die onderzoek heeft gedaan naar het gebruik van het EPD voor epidemiologisch onderzoek. Eind vorig jaar is Wouter Tuil gepromoveerd op een onderzoek naar de waardering van patiënten voor de digitale IVF-poli. En op dit moment doet een van onze promovendi onderzoek naar hoe dokters snel de meest relevante literatuur bij een specifiek probleem kunnen vinden. Er zijn natuurlijk allerlei gangbare manieren om literatuuronderzoek te doen maar dat kost uren en die tijd heeft de dokter in de praktijk niet. Onze promovendus probeert nu een algoritme te vinden waarmee binnen enkele minuten de meest relevante literatuur naar boven gehaald kan worden.”
Dat lijkt me relevant onderzoek?
“Ja, maar het kost ontzettend veel tijd terwijl veel mensen juist denken dat alles wat met computers te maken heeft heel snel kan.”
De maatschappelijke relevantie van een onderwerp legt geen gewicht in de schaal bij de beslissing om een leerstoel al dan niet in stand te houden?
“Het gaat erom of er geld voor beschikbaar is en dat is weer afhankelijk van het aantal publicaties en promoties. Inmiddels lopen er overigens enkele onderzoeksprogramma’s waar ict expliciet in vernoemd wordt, zoals het onderzoeksprogramma chronisch zieken en ict.”
Hoe is het gesteld met het medisch onderwijs, wordt daar voldoende aandacht besteed aan de rol van ict in de zorg?
“Wij zijn betrokken geweest bij een landelijk onderzoek waarbij gekeken werd naar wat er in de medische curricula gebeurt op het gebied van e-health. Daaruit bleek dat er in de medische opleidingen zeker aandacht is voor e-health. Echter degenen die verantwoordelijk zijn voor de inhoud van de medische opleidingen, zien e-health niet als een wezenlijk onderdeel van het curriculum. Bij het EPD gaat het overigens niet eens zozeer over ict maar over verslaglegging: hoe legt een dokter zaken vast? Wat toch erg belangrijk is voor de medische praktijk.”
Daarmee komen we op een belangrijk interessegebied van u: klinisch redeneren.
“Dat is inderdaad een van mijn stokpaardjes. Ik vind dat in het medisch dossier niet alleen de feiten moeten worden vastgelegd, maar ook de redenering die de dokter heeft gevolgd. Dus niet alleen de labuitslagen, de anamnese, de bevindingen van het lichamelijk onderzoek maar ook wat de dokter hiervan vindt en op grond van welke gegevens hij een beslissing neemt. Dat is ook waar we in het UMC St Radboud mee bezig zijn bij de bouw van het EPD.”
Het UMC St Radboud bouwt zijn eigen EPD?
“Ja, het St Radboud kiest er van oudsher voor om veel zelf te bouwen. Dat zit kennelijk in de bedrijfscultuur ingebakken. Al keert ook telkens weer de discussie terug of je nu als ziekenhuis zelf een EPD moet bouwen of dat de EPD’s die op de markt worden aangeboden inmiddels voldoende kwaliteit bieden om aangeschaft te kunnen worden.”
Wat vindt u?
“Tegenwoordig is vrijwel alles webbased. Dat maakt het mogelijk om voor gemengde oplossingen te kiezen: een deel van de applicaties kopen en een deel van de applicaties zelf bouwen. Via het computerscherm klik je dan gewoon de applicaties aan die je wilt gebruiken.”
Vooralsnog bouwt het St Radboud zijn eigen EPD en u houdt zich bezig met het deel waar de arts zijn aantekeningen maakt.
“Wij noemen dat het onderdeel Klinische notities. Bij mijn weten is er in Nederland geen enkel EPD dat een vergelijkbare opzet heeft. Basisgedachte is dat de dokter in het EPD zijn notities telkens koppelt aan een probleem ofwel een ‘conditie’. Bijvoorbeeld een leverfunctie stoornis. De dokter bouwt voor elke patiënt een lijst op van dergelijke condities waaruit de hij kan kiezen. Dit kost hem wel wat extra werk. De arts mag zelf beslissen of hij het wel of niet doet, maar wij denken dat artsen het wel gaan doen omdat ze bij het overige deel van het EPD daar voordeel van hebben.”
Wat zijn dan de voordelen?
“Een voordeel is dat de dokter bij elke conditie de bijbehorende notities kan oproepen zodat hij meer gerichte informatie krijgt en een meer afgewogen beslissing kan nemen. En omdat het een geïntegreerd dossier wordt, kan de arts ook de aantekeningen van zijn collega’s zien. Bovendien hebben we een algoritme ontwikkeld dat uit al die notities op elk moment automatisch een samenvatting van het EPD produceert.”
Komt dit project niet in gevaar als uw leerstoel wordt opgeheven?
“Nee, daar ga ik wel mee door. Dit is een onderwerp waar ik al zolang mee bezig ben, waar ik mijn hart aan verpand heb, dat wil ik afmaken.”
Wie is Peter de Vries Robbé?
Pieter de Vries Robbé (64 jaar) heeft geneeskunde gestudeerd in Groningen. Al tijdens zijn studie hield hij zich bezig met ict: zo automatiseerde hij in de jaren zestig op verzoek van de universiteit de studentenadministratie. Na het voltooien van zijn studie koos hij er niet voor om praktiserend dokter te worden, maar ging werken voor de zojuist opgerichte automatiseringsafdeling van het Academisch Ziekenhuis Groningen (AZG). De Vries Robbé: “Een dokter verdiept zich in concrete gevallen, bij automatisering gaat het juist om het gemeenschappelijke van al die individuele gevallen, en dat vind ik veel interessanter. Het onderwerp van mijn promotieonderzoek was dan ook klinisch redeneren.”
In 1976 werd De Vries Robbé hoofd van de afdeling automatisering van het AZG. Als hoofd automatisering heeft hij het door professor Bakker uit Leiden ontwikkelde ziekenhuisinformatiesysteem in het AZG geïmplementeerd. Toen na de oliecrisis de nadruk bij automatisering steeds meer kwam te liggen op de administratie en de financiën, besloot De Vries Robbé te vertrekken. “Ik heb gezegd dat ze daar geen dokter als hoofd van de afdeling automatisering voor nodig hadden.” Daarna heeft hij zich bezig gehouden met de ontwikkeling van het landelijk ziekenhuisinformatiemodel. Vervolgens richtte De Vries Robbé binnen het AZG de groep Medische Informatie- en Besliskunde op die zich vooral bezig hield met medische kennissystemen. In 1991 werd hij gevraagd om hoogleraar Medische Informatiekunde te worden aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Daar houdt hij zich onder meer bezig met de formalisering van de medische besluitvorming en de eenheid van medische taal. Ook is hij projectleider van het onderdeel Klinische notities van het EPD dat het UMC St Radboud aan het bouwen is.
Auteur Mario Gibbels
Dit artikel verscheen eerder in ICTzorg Magazine van maart/april 2009